Logo bevrijdingskrant.nl
Spoorstraat 2-Jan Verhaag
Spoorstraat 2-Jan Verhaag (Foto: )

Herinneringen aan tweede Paasdag 1945

Het is opnieuw Antoon van de Zande die na de vroegmis bij ons aankomt en vertelt dat de bevrijders onderweg zijn. Zus Annie is jarig en wordt gefeliciteerd door buurman en buurvrouw Kolbrink. Dan is er plotseling actie in de Carmelstraat, de Duitsers rijden met een kanon door de straat, ze zijn op de vlucht. Hennie Bolt en vrouw Albers beginnen al te juichen en bij fotograaf Weize wordt het rood wit en blauw al zichtbaar. Ook kapper Roelofs voor in de straat heeft de driekleur al uitgestoken Vader en moeder hebben mij niet onder controle, ik dans en spring voor aan in de Carmelstraat met Wiesje en Trudy Bayer. Dan wordt ik in mijn nekvel gegrepen en zegt vader dat ik achter het hek moet blijven. Het hek dat voor onze kerk staat. Ik luister. Mijn zus Annie staat naast mij en dan komen ze. Wat een gejoel, wat een vreugde. We zijn bevrijd. Voor het hek staan ook buurtbewoners, en de commandant roept door de luidspreker dat de straat ontruimd moet blijven.

Er wordt gestrooid met sigaretten en chocolade. Vlak voor mij valt een reep, ik buk mij snel en heb de reep vast en dan trapt iemand op mijn pols en moet ik loslaten. De scheel kijkende Annie Kip Carmel straat 21 is de boosdoener. Ik schreeuw het uit van pijn, maar er zijn weinig mensen die aandacht schenken aan mij. Mijn rechterpols is niet om aan te zien en bewegen doet pijn. Via de Spoorstraat loop ik richting Lyceumstraat. Menno Lied, Herman ter Brake, Gerrit Wienk ze zijn allen in feeststemming. Bakker Huiskes en zijn vrouw, ze is de zus van Jozef Spit uit de Lage Eekte kijken nog naar mijn pols en sussen mij. Dat gaat wel weer over.Toch wordt mijn pols omzwachteld met stof van en door Evert Dijman. Tegenover Dijman stoppen de tanks er is enig oponthoud. (foto Jan Verhaag. Tanks in de Spoorstraat) Wat kolossale dingen, en dan die vriendelijke lach van de bestuurders. Een intense vreugde maakte zich van mij meester. De pijn vergeten, juichen en de vreugde uiten. Bij garage Snijders wordt de rood wit blauwe vlag ook uitgestoken. Het lijkt een onwerkelijkheid, een ieder doet mee. Dan komen er mannen met oranje banden om de mouw in blauwe overal op straat en nemen NSB'ers uit de Bijvanckstraat mee naar het stadhuis. Johan Dijkhuis uit de Katoenstraat en Benny Wissink uit de Lyceumstraat steken de handen hoog en met wijs- en middelvinger maken ze een V teken. Dat levert sigaretten en chocolade op.

Dan word ik door vader, die opzoek was naar mij, naar huis gestuurd. Er is niemand thuis, ik wacht en dan ga ik via het Zwartepad naar de Bewaarschool. De Duitsers zijn vertrokken, en ik begin voor het eerst aan mijn strooptocht. Een pistool, koppelriemen een helm, camouflagedoek (dat heb ik nog steeds in mijn bezit), een lichtkogelpistool met patronen. Ik verstop het in de schuur achter ons huis. Niemand heeft daar iets van gemerkt. Mijn pols is behoorlijk dik geworden en dan krijg ik te horen van Trui Damink, de opoe van Jan en Riekie Vogelzang, dat ik mijn pols in lauw warm boorwater moet houden. Dat gaf enige verlichting.

Alles kan en alles mag, vrijheid het hoogste goed, uit de band springen niet luisteren naar geboden en verboden van anderen, ook van vader en moeder niet. Ik groei op voor galg en rad. Een man die mij is bijgebleven ook in de verdere jaren na de oorlog was de knecht van garage Snijders Johan Ophuis, de latere chauffeur bij de ONOG. Mijn ouders probeerden na de oorlogsjaren mij weer in het gareel te krijgen, wat zeer moeilijk ging. Opstandig was ik en dat werd nog erger na het voorval op dinsdag 03 april.

Martin Meijerink

Meer berichten