Logo bevrijdingskrant.nl
Foto: Shutterstock.com

Mijn oorlogsjaren

De oorlog heeft voor mij als kind nare herinnering achtergelaten. Ik weet nog dat ik vele nachten doorbracht in de kelder slapend boven op het deksel van de aardappelkist, omdat er een luchtgevechten plaatsvond boven ons huis. Of we zaten in de schuilkelder op het veldje bij de buren, de familie Stirtjan tegenover ons. 

Ik weet nog dat ik uit angst niet terug naar huis durfde en in de schuilkelder ben gebleven samen met een neefje en even later kwamen mijn ouders en andere familie ook weer terug in de schuilkelder omdat het gevaar nog niet was geweken, omdat er boven ons huis een V1 rond dreef stuurloos. Wat een angst voor een kind van 4 à 5 jaar oud. Mijn ouders hadden onderduikers, Joodse mensen, in huis die zaten op de turfzolder die stond weer in verbinding met een slaapkamer boven. Voor het luik stond een tafel met een lang kleed. Omdat je vaak hoorde dat de Duitsers de kinderen konden uithoren over situatie thuis, moest ik een tijdje bij mijn oma op de Klokkendijk logeren. Waar ik toen een verschrikkelijk heimwee kreeg, daardoor kon ik niet eten en ik zei steeds: "Ik wille pap etn biej mama." En ik kan me ook nog herinneren dat de beide bruggen over de Regge opgeblazen werden, mijn moeder had alle ramen in huis open gezet, ze stond zelf in een deuropening en mijn broertje Jo en ik zaten in een pottenkast in de kamer, die was op dat moment leeg omdat men moeder aan de schoonmaak was.

Op het moment van de ontploffing vlogen alle flessen in de keuken met veel lawaai op de grond. En alle dakpannen vlogen opzij van ons huis af, allemaal tegelijk naar beneden wat een lawaai en een ravage gaf dat. Dat heeft zo'n indruk op mij gemaakt, je vergeet dat als kind niet gauw, ik was daarna vreselijk bang voor knallen. Als er in latere tijd een feest ergens was, en er werd vuurwerk afgestoken, stond ik geheid met de vingers in de oren. Ik ben heden ten dage nog altijd bang gebleven voor harde knallen. 

Mijn ouders hadden mij in de oorlog nooit verteld dat de Joden die bij ons ondergedoken waren, moesten vluchten voor de Duitsers, maar als kind voel je dit toch exact aan. Ik zou als kind een keer gezegd hebben: "Ome Sjors daar komen de moffen aan." Ome Sjors Mendels heeft toen een ren gemaakt, zomaar in een veldje met rogge dat achter ons huis lag. Ja want rogge verbouwden m'n ouders in de oorlog ook nog. Als je rogge had, kon je toch nog brood laten bakken bij bakker Piksen. Ook stuurde mijn moeder een pakje naar m'n oom Gerrit in het plaatsje Balingen in Duitsland, waar hij te werk was gesteld door de Duitsers. In dat pakje dat m'n moeder verstuurde deed ze een broodje en wat tabak, veel was er toen niet te krijgen. Alles was op een bonkaart en mijn ouders kregen van het verzet bonkaarten voor de onderduikers. Het was toendertijd arme troef. Toen mijn moeder in 1943 in verwachting was van mijn broer Gerrit kon ze geen luiers krijgen. Ze maakte zich daar grote zorgen over. Maar juffrouw Middel, de verloskundige, gaf een tip aan de mensen van het verzet. En op een avond bezorgden die een baal katoen uit de fabriek, en zo kon mijn moeder van allerlei dingen maken voor de toekomstige baby.

Het eten was in de oorlog zo slecht dat we puddingpoeder op brood kregen, want boter was er niet. Mijn vader bracht op een keer een fles slaolie mee, we waren niet veel gewend vooral het vet niet. Het vet kwam zo ons lichaam uit. Ook moest mijn vader bij de Exportslachterij in Wierden werken, hij moest daar zinken bakken maken, en daar gingen dan weer hele geslachte varkens in, die gingen per trein naar Duitsland. De Duitsers roofden alles wat er maar te roven viel. Zelf mocht je geen varkens houden. Kwamen ze erachter dan werd je gearresteerd en ging je het concentratiekamp in. En dat overleefde je vaak niet, en dat allemaal voor een varken.

Een radio mocht je ook niet hebben. Bij ons thuis hadden ze de radio onder de vloer in de kamer verstopt en 's avonds werden de kokosmatten opgerold en dan werd er geluisterd naar Radio Oranje. Het kon ook zijn dat zomaar je fiets werd afgepakt. Van alles konden die Duitsers gebruiken.

's Avonds moest je om 8 uur binnen zijn al was het hoog zomers en nog zulk mooi weer. Alle ramen waren geblindeerd met zwart papier er mocht geen streep licht door komen anders kwamen ze bij je aan de deur. Nederland moest donker zijn in verband met de Engelse bommenwerpers die overvlogen naar Duitsland. ’s Avonds, iets voor achten, kwam er een jeep vanuit Nijverdal met snelle vaart en met een mitrailleur in de aanslag en zo reden ze Hulzen in. Als de jeep terugkwam en je was dan nog buiten in de tuin bezig, dan moest je maken dat je naar binnen kwam, want anders werd er gegarandeerd op je geschoten. En zo kon je op mooie zomeravonden binnen zitten, wat een leven. Als er razzia’s kwamen werd m'n moeder al van te voren gewaarschuwd. Dan kwam dominee Bouwman bij ons thuis, en zei Manna er is een razzia opkomst. Hij had dat doorgekregen van het verzet. Bij ons thuis waren we in de oorlog ook nog een doorgangsadres. Er kwamen bij ons mensen uit het westen die hielpen ons dan wat hout hakken en in de ruil daarvoor kregen zij eten. En m'n vader haalde voor hen wat spek en aardappels bij een boer. Maar na de oorlog zijn er wat mensen bij ons terug geweest en zij vertelden dat ze bij Deventer op de brug alles weer in moest leveren, daar stonden Nederlandse NSB'ers, die pikten alles in, echte landverraders. Mijn vader ging ook vaak naar boer Lohuis in Marle. Daar ging hij melk halen. Hij had dan twee fietstassen met daarin zinken bussen, en daar ging de melk dan in, alles moest je stiekem doen. De Joden waren wel veeleisend. Zo hadden we in de oorlog een jodin bij ons. Toen ze voor het eerst kwam trok ze alle lakens van het bed af, ze had haar eigen lakens. Mijn moeder had net die morgen de bedden verschoond. En die jodin legde het helemaal met de mannen aan, waar ze thuis was, zo ook met m'n vader. Daarop is m'n moeder zo kwaad geworden en heeft naar haar het strijkijzer gegooid, Gevaarlijk was ze ook nog, want ze had tegen m'n moeder gezegd dat ze zich niet liet martelen als ze door de Duitsers gearresteerd zou worden, dan zou ze alle adressen verraden. Daarop is ze door de mensen van het verzet overgebracht naar een ander adres, maar ze heeft nog wel eerst op de knieën gelegen voor mijn moeder en gebeden en gesmeekt of ze mocht blijven leven, want het verzet had haar willen liquideren omdat ze een gevaar was voor vele mensen. Maar mijn moeder wou haar dood niet op haar geweten hebben. Erna heette die jodin. Ze is in de oorlog op 8 adressen geweest. 

Mijn moeder had geen makkelijk leven. Ze had later in de oorlog, ook nog mijn oma en drie schoonzusters en een zwager bij haar inwonen. Mijn oom en tante hebben hun enige zoon Tijmen in Duitsland verloren. Hij kreeg open T.B.C. hij werd door de Duitsers vergiftigd. De Duitsers waren als de dood voor ziektes. Toen dat bericht kwam van zijn overlijden heeft mijn oom met zelfmoordplannen rond gelopen. Het heeft mijn moeder heel wat praten gekost om hem daar van af te houden, ze hield dag en nacht de deur open voor hem.

Voor mij was kleding altijd heel belangrijk, daarom weet ik nog wat ik in de oorlog droeg. Ik had een donkerblauw rokje aan, gemaakt van vaders pantalon. Daarop droeg ik een trui van grijs garen, het had de kleur van dekbedvulling. Als versiering had ik op de mouw een dropmotief met een paar bloemetjes erin geborduurd. Aan m'n voeten had ik sandalen van die houten zooltjes met banden om de enkels. Op een keer, toen we ook naar de schuilkelder moesten  vluchten, heb ik er een verloren. De oorlog heeft een diepe indruk op me achter gelaten als kind, en samen met de verhalen van mijn moeder is het bijna een trauma geworden. In m'n hart heb ik nog altijd een hekel aan Duitsers. Toen ik voor het eerst naar Duitsland ging, had ik een onaangenaam gevoel. Dat is nu wel wat over, want ik heb wel ontdekt dat er ook wel goede Duitsers zijn. Ik vind wel dat ze hun mooie land helemaal op het spel hebben gezet! Oorlogvoeren is het verschrikkelijkste wat mensen elkaar aan kunnen doen en vooral voor de kinderen, want ik kan daar zelf over meepraten door mijn ervaring in de oorlog.

Fenny Martens Berends geb. 14 maart 1940

Meer berichten