Logo bevrijdingskrant.nl
Op dit punt sneuvelde kapitein Wilson
Op dit punt sneuvelde kapitein Wilson (Foto: -)

Begin van onze bevrijding

We maken nu een sprong naar april 1945. Na de oversteek van de Oude IJssel, eind maart, zijn het 1e Canadese en het 2e Engelse leger, die belast zijn met de bevrijding van onze omgeving, in noordelijk Gelderland gearriveerd. Nadat Gelselaar van de Duitsers is ontdaan kan men doortrekken naar Diepenheim. Paaszondag 1 april 1945 is voor de Diepenheimers het begin van de victorie.

Via Ruurlo, Borculo en Gelselaar trekt de Engelse afdeling naar Diepenheim, waar men stuit op een mijnenveld dat enig oponthoud geeft, maar geen verliezen met zich mee brengt. Om ongeveer half drie in de middag rijdt de verkenningseenheid van de Royal Dragoons, via de Needseweg, Diepenheim binnen. Ter hoogte van de kruising Haaksbergerstraat en Watermolenweg zijn onverwacht tegenstanders met een panzerfaust. Het verrassingseffect is in het voordeel van de Duitsers, die er in slagen het voorste verkenningsvoertuig uit te schakelen. De chauffeur Captain W.H.Wilson komt hierbij om het leven. Op die plek is tegenwoordig een weg die zijn naam draagt.

Als de rest van de verkenningseenheid Diepenheim binnenkomt, vluchten de Duisters richting Goor en nemen zij een gijzelaar mee. Dit is de heer Van den Enk, die bij zijn vluchtpoging met een schot in de rug om het leven wordt gebracht.

Inmiddels is de rest van het 12e peloton van de Britten aangekomen. Bataljonscommandant Hope Thomson krijgt het bevel om met 4 tanks, uit de 13/18 Hussars Division, de Weldammerbrug te veroveren.

Elke tank vervoert 10 infanteristen. De bezetters hebben vlak voor de brug panzerfausten en mitrailleurs geïnstalleerd waarmee de tanks onder vuur worden genomen. Infanterist Stacey raakt zwaar gewond, later zal hij overlijden.

Ondertussen waren Duitse "Sprengkommandos"er in geslaagd de Weldammerbrug op te blazen. De overgebleven Duitsers gaan via de Hengevelderbrug naar Goor, waarop de Engelsen zich terugtrekken naar Diepenheim. Wilson en Stacy zijn begraven op de algemene begraafplaats in Diepenheim.

De volgende dag blijkt dat zowel de Stokkumerbrug als de Hengelvelderbrug niet kunnen worden veroverd, omdat ze beide zijn opgeblazen. De Engelsen trekken samen met andere divisies, die in de nabijheid zijn, verder richting Duitsland.

Het gebied boven het Twenthekanaal komt onder de hoede van de naderende Canadezen, die er echter nog niet zijn, wat onrust onder de bevolking veroorzaakt.

Het verzet in Diepenheim wil nog niet van feestvieren horen. Zij zitten zelf ook in een lastig parket omdat zij al een aantal NSB-ers hebben gearresteerd en gevangen houden in een zaal van Hotel Roelofsen. De volgende dag komen de Canadezen en is alle onrust voor niets geweest. De tegenstand bij de eerder genoemde bruggen veroorzaakt een behoorlijk oponthoud. Enkele delen van het Canadese leger worden naar het westen gezonden waar zij maandag 2 april aansluiting met het Canadese 1e leger krijgen, waarbij tussen door Lochem nog wordt veroverd. Ten oosten van Zutphen, in Almen, word uiteindelijk met succes het kanaal overgestoken.

Tijdens de strijd in onze regio is op 1 april verzetstrijder Albert ten Hove uit Markelo (Stokkumerbroek), tussen zijn huis en schuur, door dronken Duitsers doodgeschoten.

Albert ten Hove

Meer berichten