Logo bevrijdingskrant.nl
Container met parachute
Container met parachute (Foto: onbekend)

Wapendroppings op de Borkeld

De snelle opmars van de geallieerden, die na de invasie de Nederlandse grenzen naderden, was de aanleiding, dat in de loop van 1944 de verschillende oostelijke knokploegen (KP) nauwer gingen samenwerken. Het moment van actief en gewapend optreden tegen de vijand leek niet ver meer te zijn. Er ontstond dan ook een groeiende behoefte aan wapens. Zo ontving de KP zijn eerste dropping in augustus in Tilligte. Vervolgens werden de wapens vervoerd naar de verschillende regio's. Dit vervoer was een levensgevaarlijke bezigheid en daarom werden er nieuwe droppingsterreinen vastgesteld, zo ook op de Borkeld, niet zo ver van "Peurtje', de boerderij van de familie    Ebbekink aan de Winterkamperweg. Na het ontvangen van de afgesproken codezin "Bericht voor Koos – Capituleer niet" op een middag van september 1944 verzamelden een twintigtal KP-leden zich op de boerderij. Toen 's avonds in de uitzending van Radio Oranje de zin werd herhaald trok men er op uit. Een tiental mannen nam ter bescherming posities in rond het terrein terwijl de rest zich zou bezighouden met het ontvangen en verzamelen van de 'buit'. Er werd veel van de mannen gevraagd, lang wachten op de komst van een vliegtuig terwijl de kans op ontdekking door de Duitsers groot was. Hun waarnemingspost de Belvedère op de Herikerberg was immers hemelsbreed niet ver van de Borkeld. Toen in de verte het gebrom van een naderend vliegtuig klonk priemden vanaf de grond twee rode en twee witte lichtbundels door de nevel om de piloot naar de juiste plek te leiden. Nadat een lantaarn enkele malen de afgesproken letter-code had geseind, wierp het vliegtuig z'n    lading af, liet als afscheidsgroet een paar keer de navigatielichten opflitsen om daarna in de duisternis te verdwijnen. Donkere gestalten waren daarna in de weer om de 26 containers te verzamelen. Ze werden voorlopig in een vooraf gegraven gat in een bosje verstopt. Een deel werd later bij het kippenhok achter het 'Peurtje" opgeslagen terwijl met de rest groepen in de omgeving werden bevoorraad. Zo haalde de Needse boer A.J.Markerink een lading van 27 stenguns, die hij vervoerde op een stortkar onder een lading aardappels.

Op de Borkeld vond daarna nog een tweede dropping plaats. Een der containers had daarbij wel een zeer opmerkelijke inhoud, behalve chocolade, koffie, sigaretten, sokken, schoenen en fietsbanden bevatte ze een grote som geld bestemd voor het ondergedoken Twentse spoorwegpersoneel.  Eind september kwam een derde codezin door: 'Het bal begint pas na middernacht".  Hoewel alles tot in de puntjes was voorbereid en men in de stromende regen urenlang lag te wachten, liet geen vliegtuig zich horen. Helaas hadden de mannen die nacht geen succes, geluk echter des te meer. Men had nog maar nauwelijks teleurgesteld de Borkeld verlaten, of de   Duitse SD was er met speurhonden om een zoekactie uit te voeren. Men was door het oog van de naald gekropen. Het is niet opgehelderd wat de oorzaak van het uitblijven is   geweest. Wel was duidelijk dat het droppingsterrein op de Borkeld niet veilig meer was en er bestonden sterke aanwijzingen dat de omgeving in de gaten werd gehouden en niet zonder reden. Op maandag 2 oktober 1944 verschenen zes landwachters bij het 'Peurtje". In de slaapkamer van de knecht Geert Wondaal, een 34-jarige Amsterdamse onderduiker, vonden ze een pistool, een schrijfmachine, een paar stafkaarten en een witte band met het opschrift "Oranje". De op de boerderij verborgen wapens, munitie en een radio bleven onopgemerkt, evenals een joods echtpaar, dat in het kippenhok achter de boerderij zat ondergedoken. Wondaal werd meegenomen – eerst naar het spoorwegstation in   Markelo – en 2 dagen later op het vliegveld Twente gefusilleerd. Bij de Markelose ondergrondse bestond het vermoeden dat een     lokale landwachter achter het verraad zat. Ebbekink nam na deze arrestatie maatregelen en al het bezwarend materiaal moest berg verdwijnen. Een deel werd verborgen op de Friezenberg achter de boerderij van 'Weusten-Jan'. Het laatste deel van de gedropte wapens werd afgehaald door de uit Harfsen afkomstige boer G. Slagman. Het wapentuig ging in jute zakken, daarbovenop een laag stro en het geheel wordt afgedekt met mest. Met z'n paard en wagen reed Slagman er via binnenwegen mee naar Harfsen. Het vermoeden dat er verraad in het spel was werd sterker toen een dag later een zestigtal landwachters de boerderij van Slagman overvielen. Elf mensen werden gearresteerd, de boerderij werd in brand gestoken, maar de wapens werden niet ontdekt en overleefden de brand. Een paar dagen na de overval in Harfsen merkte Ebbekink, dat er ongewenste gasten waren geweest in het bos achter zijn boerderij en het kippenhok dat als schuilplaats diende voor wapens en onderduikers. Hij had al de nodige maatregelen genomen na het oppakken van zijn knecht, maar nu bracht hij ook zijn moeder in veiligheid bij familie. Hij ging zelf naar 'Buisweerd' in het grens-gebied van Markelo en Laren. Deze boerderij van de   familie Kolkman had al geruime tijd een    belangrijke functie bij het illegale werk in Laren/Holten/Markelo. Na overleg besloot men af te wachten, onderduiken was voor   Ebbekink nog niet aan de orde. Achteraf een   tragische vergissing. Al de volgende dag, verschenen twintig Duitsers en landwachters bij het 'Peurtje'. Ebbekink werd gearresteerd, meegenomen en afgevoerd naar Schalkhaar, waar hij met intimiderende middelen meerdere malen werd verhoord. Bij deze verhoren schreef hij veel activiteiten toe aan Geert Wondaal, waarvan hij wist dat die na zijn arrestatie was gefusilleerd. Feitelijk was dit ook zo, want vanwege de werkzaamheden op zijn boerderij had Ebbekink zichzelf steeds zoveel mogelijk buiten het illegale werk gehouden. Desondanks wist hij natuurlijk veel over wat zich binnen de KP afspeelde, maar slaagde er toch in meer dan tien dagen veel feiten te verzwijgen. Hij liet slechts onbelangrijke informatie los. Gelukkig keerde hij vele weken later terug op het 'Peurtje'. Nu was gebleken dat het natuurgebied 'De Borkeld' niet langer vertrouwd was, werd gezocht naar een ander terrein. Een weiland langs de Bolksbeek en de Schipbeek nog net in Markelo, op de plek waar de gemeenten Holten, Laren, Gorssel en Markelo elkaar    ongeveer raken lag afgelegen genoeg. Bij-komend voordeel, de boerderij 'Buisweerd' lag dichtbij. Daar konden de gedropte wapens voorlopig worden opgeborgen. Een laatste wapendropping op een heldere zondagavond bij 'Buisweerd' was tot in de verre omtrek zichtbaar geweest en kreeg daardoor fatale gevolgen. De eerste aanwijzing dat de bezetter iets had gemerkt, was er al in    diezelfde nacht, toen nog vòòr de dropping een Duitse nachtjager kwam overvliegen. De KP-ers werden achterdochtig en toen de Britse vlieger tot twee keer toe terug kwam voor een dropping op dezelfde plek, durfden ze geen bevestiging van de grond te geven. Een maand later werd 'Buisweerd' overvallen. De wapens en explosieven, die vooral in de hooiberg waren verborgen, werden niet gevonden. Toen de overvallers de volgende morgen uit woede de hooiberg in brand staken, volgde een geweldige ontploffing, tot grote schrik van de brandstichters. In het hooi bevonden zich o.a. 208 handgranaten en ruim 65 kilo aan explosieven. De kap van de hooiberg maakte door de klap van de ontploffing een vlucht van meer dan honderd meter tot aan de rand van de Schipbeek. Verschillende brandstichters raakten gewond door het rondvliegend materiaal.